Levende geschiedenis is het uitbeelden van gebeurtenissen en/of tijdvakken door middel van demonstraties van het dagelijkse leven in gereconstrueerde kleding met gebruik van eveneens gereconstrueerde gebruiksvoorwerpen, op een bepaalde plaats ( of niet) voor educatieve doeleinden.
Zowel de kleding als de gebruiksvoorwerpen zijn zo authentiek mogelijk nagemaakt, hetzij met nog steeds beschikbare materialen hetzij met materialen die zoveel mogelijk op de oorspronkelijke lijken.
Aan deze reconstructies gaat zeer nauwkeurig bronnenonderzoek vooraf. Deze bronnen kunnen zeer uiteenlopend zijn: archeologische vondsten, geschriften uit de betreffende periode, moderne of gelijkende materialen en samenstelling, vorm en/of gebruik gelijkenis vertonen met de betreffende oorsprong en geschriften over de betreffende periode uit het meer recente verleden.
Levende geschiedenis wordt vaak in een adem genoemd met re-enactment hoewel hiermee toch enkele verschillen bestaan: bij demonstraties van levende geschiedenis gaat het in de regel om het uitbeelden van de totale samenleving (vaak met nadruk op huisnijverheid), terwijl in re-enactmentdemonstraties vaak het uitbeelden van veldslagen centraal staat. Ook hoeven re-enactmentdemonstraties niet per se educatief bedoeld te zijn maar kunnen ook recreatief bedoeld zijn. Hierdoor hoeft de authenticiteit van dit soort demonstraties niet altijd erg hoog te zijn.
Levende geschiedenis kent een relatieve jonge voorgeschiedenis. Het ontstond als een zijtak van de archeologie in de jaren zestig en zeventig, toen archeologen in Noordwest-Europa door middel van leefexperimenten probeerden bevestigingen te vinden voor hun wetenschappelijke hypotheses die zij op de bodemvondsten loslieten. Tijdens deze leefexperimenten leefden de deelnemers zoveel mogelijk op de wijze van de beoogde periode en met beschikking van soortgelijke materialen als in dit tijdvak. Ook probeerde men kleding uit die tijd na te maken, vaak zoveel mogelijk met dezelfde gereedschappen als in het bedoelde tijdvak.
Sinds de jaren negentig zijn onder invloed van re-enactment verenigingen uit Engeland en Amerika, waar dit verschijnsel al veel ouder is, in Nederland ook de nodige verenigingen ontstaan. Deze zijn vaak opgericht door geinteresseerden, niet noodzakelijk afkomstig uit de wetenschappelijke wereld.
Zowel de kleding als de gebruiksvoorwerpen zijn zo authentiek mogelijk nagemaakt, hetzij met nog steeds beschikbare materialen hetzij met materialen die zoveel mogelijk op de oorspronkelijke lijken.
Aan deze reconstructies gaat zeer nauwkeurig bronnenonderzoek vooraf. Deze bronnen kunnen zeer uiteenlopend zijn: archeologische vondsten, geschriften uit de betreffende periode, moderne of gelijkende materialen en samenstelling, vorm en/of gebruik gelijkenis vertonen met de betreffende oorsprong en geschriften over de betreffende periode uit het meer recente verleden.
Levende geschiedenis wordt vaak in een adem genoemd met re-enactment hoewel hiermee toch enkele verschillen bestaan: bij demonstraties van levende geschiedenis gaat het in de regel om het uitbeelden van de totale samenleving (vaak met nadruk op huisnijverheid), terwijl in re-enactmentdemonstraties vaak het uitbeelden van veldslagen centraal staat. Ook hoeven re-enactmentdemonstraties niet per se educatief bedoeld te zijn maar kunnen ook recreatief bedoeld zijn. Hierdoor hoeft de authenticiteit van dit soort demonstraties niet altijd erg hoog te zijn.
Levende geschiedenis kent een relatieve jonge voorgeschiedenis. Het ontstond als een zijtak van de archeologie in de jaren zestig en zeventig, toen archeologen in Noordwest-Europa door middel van leefexperimenten probeerden bevestigingen te vinden voor hun wetenschappelijke hypotheses die zij op de bodemvondsten loslieten. Tijdens deze leefexperimenten leefden de deelnemers zoveel mogelijk op de wijze van de beoogde periode en met beschikking van soortgelijke materialen als in dit tijdvak. Ook probeerde men kleding uit die tijd na te maken, vaak zoveel mogelijk met dezelfde gereedschappen als in het bedoelde tijdvak.
Sinds de jaren negentig zijn onder invloed van re-enactment verenigingen uit Engeland en Amerika, waar dit verschijnsel al veel ouder is, in Nederland ook de nodige verenigingen ontstaan. Deze zijn vaak opgericht door geinteresseerden, niet noodzakelijk afkomstig uit de wetenschappelijke wereld.
